Geschiedenis

Het Duitsche Huis dankt haar bestaan aan de oproep van de keizer van het Heilige Roomse Rijk aan zijn ridders in het jaar 1187 om samen met hem op te trekken naar Jeruzalem en de stad te heroveren op de Egyptische sultan Saladin. Jeruzalem was al jarenlang het strijdtoneel van christenen en moslims. Voor beide partijen was de stad een Heilige Stad en in 1187 was de strijd in het voordeel van de moslims beslecht. 
Een derde kruistocht moest daar verandering in brengen.


1187: Kruistocht naar Palestina

Derde Kruistocht
Na een uitputtende tocht bereikte het kruisleger de havenstad Acco en daar volgde de  belegering van de stad die nog eens twee jaar zou duren. In die tijd bouwden kooplieden uit Bremen en Lubeck een veldhospitaal onder de zeilen van hun bevoorradingsschepen. De eerste taak van het hospitaal was de verzorging van de Duitstalige zieke en gewonde pelgrims en ridders uit het Heilige Roomse Rijk. De tweede taak was de strijd om de stad Jeruzalem en het Heilige Land. Voor de eerste taak waren priesters nodig, voor de tweede taak ridders. De beide groepen sloten zich aan in een geestelijke Orde die als naam de Orde van het Hospitaal van St Marie der Duitsers, kortweg Duitsche Orde, mee kreeg.

Schenkingen
Overal in Europa werd het werk van de Orde met groot enthousiasme ontvangen en werden grote schenkingen gedaan om het werk mogelijk te maken. In 1231 schonk het echtpaar Sweder en Beatrix van Dingede de Orde een stuk land net buiten de stadsmuren van Utrecht om daar een eigen Ordehuis te stichten van waaruit ridder- en priesterbroeders hun werk konden doen.

Springweg
Ruim honderd jaar later verhuisde de Orde naar de Springweg binnen de muren van de stad. Van hieruit beheerde de Landcommandeur de inmiddels enorme bezittingen van de Orde in de Noordelijke Nederlanden, georganiseerd in de Balije van Utrecht, waartoe ook 14 zogenaamde commanderijen behoren. Van hieruit werden ook de ridders uitgezonden om te vechten tegen de Sarracenen, de Turken en andere niet-christenen. In 1594 vertrokken de laatste twee ridders. De ridders Willem Sloet en Willem Mulert reisden vanuit Utrecht naar Zagreb om daar in het keizerlijke leger deel te nemen aan de strijd tegen de Turken.

De reformatie maakte een einde aan het kloosterlijk leven van ridder- en priesterbroeders in Utrecht en in haar zusterhuizen in Holland, Zeeland, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Friesland. Voortaan mochten er nog uitsluitend ‘ridders’, leden van protestantse adellijke families, lid worden van de Orde.  Alleen onder die voorwaarde mocht de Orde haar bezittingen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden behouden.


Het Duitsche Huis

Napoleon vormde een nieuwe bedreiging voor de Orde. In 1807 werd het Duitsche Huis aan de Springweg geconfisqueerd en in de jaren daarop tot militair hospitaal uitgebouwd. Noodgedwongen verhuisde de Balije naar een andere plek maar na vele jaren keerde zij in 1995 toch weer terug naar haar eigen Duitsche Huis!

Nog steeds zet zij vanuit dit huis haar oude traditie van hulpverlening aan zieken en zwakkeren voort.

Download hier de brochure over het verleden van de RDO Balije van Utrecht.